Methode voor de beschrijving en analyse van de studierichtingen

Om het huidige aanbod aan studierichtingen te evalueren is een analyse onontbeerlijk. Daarvoor werden de bestaande studierichtingen geanalyseerd vanuit de criteria van het continuüm. Dat gebeurt op een eenvormige manier door toetsing van de gewenste situatie voor een studierichting aan de reële situatie. Daarbij werden de volgende elementen gehanteerd: het studierichtingsprofiel, de soort van doorstroming naar het hoger onderwijs en de kwantitatieve data (de aantallen van die doorstroming en het behaalde studiesucces en eventueel de tewerkstellingscijfers).

Voor het profiel in de breedte wordt de finaliteit van de studierichting bekeken met het oog op de doorstroommogelijkheden. Daarvoor werd ook gesteund op het studierichtingsprofiel.
De invulling van de vorming, het abstraherend of concretiserend karakter van de leerplandoelen en de inhoudelijke klemtoon van het studierichtingsprofiel zijn de elementen van het profiel in de diepte.
In de analyse wordt een aantal besluiten geformuleerd met het oog op de situering van de leerling binnen het continuüm.

Hieronder volgt een duiding van de afkortingen, de achtergrond en betekenis bij de tabellen, grafieken en analyses:

ABAUN = academische bachelor binnen de universiteit

ABAHO = academische bachelor binnen het hoger onderwijs

PBA = professionele bachelor

GHO = generatiestudenten hoger onderwijs. Een generatiestudent wordt gedefinieerd als een student die zich voor de eerste maal inschrijft in het Vlaamse hoger onderwijs met een diplomacontract voor een initiële bacheloropleiding. Voor deze analyse wordt verwezen naar de gegevens van drie academiejaren, namelijk 2007-2008, 2008-2009 en 2009-2010. Hierdoor kan het studiesucces met een grotere betrouwbaarheid worden weergegeven.

SS = gemiddeld studiesucces. Dit is een indicatie voor het al dan niet slagen in het hoger onderwijs.
Het getal wordt bepaald door het aantal verworven studiepunten (geslaagde opleidingsonderdelen) te delen door het aantal actief opgenomen studiepunten (opleidingsonderdelen waarvoor men een inschrijving had, voor generatiestudenten meestal 60 studiepunten) en te vermenigvuldigen met 100. De gedelibereerde studiepunten worden in die indicator niet meegeteld. In de tabel wordt SS weergegeven met een bepaalde kleurcode die gekoppeld is aan de cijfergegevens.

SS = 100 % = het percentage generatiestudenten dat 100 % van de studiepunten behaalt binnen het academiejaar (idem voor SS = 50-99 % …).

PG = participatiegraad. De participatiegraad is het percentage afgestudeerden secundair onderwijs dat zich inschreef in het hoger onderwijs in de academiejaren waarop het rapport van toepassing is.
Hierbij dient bij enkele dunbevolkte studierichtingen erg voorzichtig te worden omgegaan met de data. Door het geringe aantal kunnen kleine schommelingen het gemiddelde immers zeer sterk beïnvloeden.
De conclusies zullen daar, meer nog dan bij andere richtingen, met de grootste voorzichtigheid geformuleerd moeten worden. In de tabel worden enkel die opleidingen hoger onderwijs opgenomen waarvan de participatiegraad groter of gelijk is aan 2 %.

Leerlingenaantal = het totale aantal leerlingen in de derde graad van de studierichting.
De bovenste grafiek verwijst naar het totale aantal leerlingen in het Vlaams onderwijs op 1 februari.
De onderste grafiek verwijst naar het aantal leerlingen in het katholiek onderwijs op dezelfde teldatum.

Het volgende sjabloon wordt gehanteerd bij de analyses:

Naam van de studierichting

Profiel van de studierichting volgens de criteria van het continuüm

Huidige onderwijsvorm: ... (aso, bso, kso, tso)

Profiel in de breedte gericht op:
Keuze uit: 

Profiel in de diepte (theoretisch, conceptueel en formeel niveau):
Keuze uit:

Kwantitatieve elementen

Evolutie leerlingenaantal van de studierichting:

Doorstroom en successcore:
De meeste leerlingen ( … %) stromen door naar …
Het gemiddeld aantal verworven studiepunten binnen … (ABAUN of ABAHO of PBA) (naargelang
van de gekozen studierichting SS = … % tot … %) is … (laag/gemiddeld/hoog).
… % van de leerlingen volgt geen hoger onderwijs.

Analyse

Het … (brede/smalle) inhoudelijke spectrum van de gekozen studierichtingen hoger onderwijs
(HO) is een indicatie voor …
Het … (hoge/lage slaagpercentage) voor … (ABAUN of ABAHO of PBA) wijst op …
Indien relevant een verwijzing naar tewerkstelling.
In de toekomst zullen de leerlingen van de studierichting … een plaats vinden in een type
studierichting van het studiedomein …