Over de specificiteit van de eindtermen leren leren
Wetenschappelijk onderzoek zoals het OBPWO van prof. M. Elchardus en de peiling informatieverwerving- en verwerking hebben voldoende stof tot nadenken opgeleverd die bij de actualisering van de eindtermen leren leren gebruikt is. Daarnaast zijn de Europese sleutelcompetenties een referentiekader gebleken. Dit bron- en referentiemateriaal heeft tot belangrijke vaststellingen geleid. We sommen enkele aandachtspunten op zonder daarbij een beperkende inkleuring te beogen:
- Leren leren is onderwijskundig bijzonder relevant. Het is de kerntaak van het onderwijs;
- De eindtermen leren leren worden in het eigen vak toegepast meestal zonder overleg met collega’s die andere vakken geven;
- Eindtermen die sterk persoonsgebonden zijn, worden minder nagestreefd. In de eerste graad is dat bv. het maken van een beredeneerde studiekeuze en het kennen en begrijpen van favoriete leerstrategieën. In de tweede graad ontbreekt het veelal aan het in vraag stellen en zo nodig veranderen van leeropvattingen, -motieven, leerstijl. En in de derde graad komt de toepassing van affectieve reguleringsvaardigheden te weinig aan bod. Het is nochtans zo dat de eindtermen leren leren typisch gericht zijn op de persoonlijke groei en de verrijking van de leerlingen. De klemtoon ligt minder op de maatschappelijke integratie en de economische realiteit
- De leerlijn tussen de leergebiedoverschrijdende eindtermen leren leren uit het basisonderwijs en vakoverschrijdende uit het secundair onderwijs is onvoldoende coherent
Deze en andere vaststellingen zijn voldoende reden om de onderverdeling van de eindtermen leren leren per graad te bewaren. Maar er zijn ook andere argumenten die het effect van graadgebondenheid verantwoorden:
- Leren leren kleurt bij een twaalfjarige anders in dan bij een achttienjarige. Elke graad heeft immers een leerlingenpopulatie met leerkenmerken die sterk leeftijd- of ontwikkelingsgebonden zijn. De graadgebonden eindtermen respecteren die grenzen Hetzelfde kan gezegd worden van elke schoolcontext; ook hier is er sterke verscheidenheid. In beide gevallen wordt er een beroep gedaan op de deskundigheid van leraren. Ze kennen immers de leercompetentie van hun leerlingen en de mogelijkheden van de leeromgeving. Afhankelijk van die kennis bepalen ze of een eindterm die prioritair in de eerste graad dient behandeld te worden, al dan niet noodzakelijk wordt in de tweede en derde graad (behalve wanneer de eindterm geaccentueerd wordt omwille van zijn morele belangrijkheid bv. bij ‘de leerlingen zijn bereid alle studierichtingen en beroepen naar waarde te schatten).
- De koppeling van de eindtermen aan de graden is een veilige marge voor leerlingen die van school veranderen maar ook voor beginnende leraren.
- Leren leren is complex en omvat verschillende dimensies: opvattingen over leren, informatieverwerving en –verwerking, probleemoplossing, cognitieve en affectieve regulering van het leerproces, studie- en beroepsgerichte keuzebekwaamheid. Deze eindtermen zijn voor leraren nuttig. Ze lenen er zich toe om leerlingen - met een eigen leerstijl en leerstrategieën - te observeren en te oriënteren. Om dit laatste te bereiken, is het nodig om de eindtermen leren leren in elk vak na te streven. Maar dat impliceert tegelijk dat er daarnaast in de school een cultuur heerst van over het muurtje van het vak te kijken. Ter illustratie: zo kan een eindterm informatieverwerving die focust op het adequaat raadplegen van een documentatiecentrum, multimedia en bibliotheek mits vakoverstijgende afspraken in de school resulteren in een zinvolle levenslange toepassing. Hetzelfde kan gezegd van een eindterm informatieverwerking waarmee leerlingen gegeven informatie onder begeleiding kritisch kunnen analyseren en samenvatten.