Uitvoerige versie
Eindtermen zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. De vakoverschrijdende eindtermen garanderen dat jongeren ook kennis maken met essentiële aspecten die niet onmiddellijk te vatten zijn in één vak, dat in tegenstelling tot de vakgebonden eindtermen (die verwerkt zijn in de leerplannen). De school heeft een inspanningsverplichting om de vakoverschrijdende eindtermen na te streven, geen resultaatsverplichting.
Lees meer
De vakoverschrijdende eindtermen van de eerste generatie zijn geleidelijk ingevoerd vanaf 1997. Een actualisering drong zich op. Daarbij stelde men zich onder andere tot doel om hun aantal te reduceren en zorg te dragen voor de haalbaarheid en een heldere formulering.
Lees meer
Bij de herziening van de vakoverschrijdende eindtermen is men uitgegaan van de volgende uitgangsvraag: “
Welke minimumcapaciteiten heeft een burger in Vlaanderen nodig om kritisch – creatief te functioneren in de samenleving en voor de uitbouw van een persoonlijk leven?” Die uitgangsvraag verwijst dus zowel naar de persoonlijke ontwikkeling van de jongere als naar zijn functioneren in de samenleving. Die dubbele verwijzing is terug te vinden in het
concept van de vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie.
De vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie
De ‘klassieke’ thema’s (gezondheidseducatie, milieueducatie, opvoeden tot burgerzin, sociale vaardigheden en muzisch-creatieve vorming) worden vervangen door een nieuw
ordeningskader. In dit kader worden zeven contexten gecombineerd met een gemeenschappelijke stam en met leren leren. Het ordeningskader onderscheidt stam en contexten (
C in afbeelding).
De
stam geeft een aantal sleutelvaardigheden voor een basisvorming, los van elke context. Zij zijn toepasbaar in alle opvoedings- en onderwijsactiviteiten.
De inhouden vindt men terug in de zeven
contexten. Zij bevatten vakoverschrijdende eindtermen geclusterd in inhoudelijke gehelen:
- De eerste drie contexten hebben te maken met de lichamelijke, de mentale en de sociorelationele gezondheid. Ze verwijzen dus naar de persoonlijke ontwikkeling van de jongere (zie boven, uitgangsvraag).
- De laatste drie contexten hebben te maken met de politiek – juridische, de socio – economische en de socioculturele samenleving. Die verwijzen dus naar het functioneren van de jongere in de samenleving, die multicultureel en democratisch is.
- De vierde context gaat over omgeving en duurzame ontwikkeling. Hij vormt de verbinding tussen de persoonlijke ontwikkeling en het functioneren in de samenleving en introduceert een systeemdenken dat rekening houdt met onze planeet, met ons welzijn en met onze welvaart. Deze context streeft ernaar onze natuur en middelen te borgen voor de toekomst en komt dus dichtbij onze idee van rentmeesterschap.
Een
andere visuele voorstelling van dit concept is ook mogelijk.
In samenhang lezen
De scholen krijgen de opdracht en de kans om de eindtermen van de stam en die van de contexten in samenhang te lezen en zelf zinvolle gehelen te maken. Op die manier krijgen de sleutelvaardigheden ook inhoud en wel op een manier die nauw aansluit bij het project van de school, wat de herkenbaarheid van en de betrokkenheid bij de vakoverschrijdende eindtermen alleen maar kan vergroten.
Dat lezen in samenhang hoeft geenszins beperkt te worden tot stam en contexten. Ook leren leren, vakgebonden eindtermen, … komen in aanmerking. Het werken aan vakoverschrijdende eindtermen wordt zo ingebed in het schoolbeleid. Verder in deze tekst komen wij hierop uitgebreid terug.
De andere vakoverschrijdende eindtermen
Bij het opstellen van de vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie heeft men ervoor gekozen om drie thema’s van de vakoverschrijdende eindtermen van de eerste generatie (graadgebonden) te behouden:
Ook bij al deze vakoverschrijdende eindtermen geldt dat ze
in samenhang met de rest kunnen gelezen worden. Dat geldt in het bijzonder voor de kerntaak van scholen:
leren leren.
Het is dus belangrijk voor scholen om bij hun werking rond de vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie de hier vermelde eindtermen niet te vergeten.
De relatie tussen de vakoverschrijdende eindtermen van de tweede en die van de eerste generatie
De vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie verwerpen die van de eerste generatie niet. Ze zijn anders geconcipieerd en leggen een aantal nieuwe accenten. De belangrijkste verschillen zijn zeker de verplichting om in samenhang te lezen.
Wat is er veranderd,
De vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie bieden een haalbare selectie zonder onderlinge overlap, zijn sterk gereduceerd qua aantal, hanteren een heldere formulering en bieden een totaalpakket voor alle leerjaren. Ze zijn dus niet langer graadgebonden met uitzondering van leren leren, ICT en technisch technologische vorming.
Lees meer
De inspanningsverplichting blijft overeind
De school heeft dus een grote vrijheid, mits ze zich aan een aantal spelregels houdt: in elke graad een redelijke inspanning t.a.v. het geheel van de eindtermen, een billijke verhouding per graad, een opeenvolgende aanpak en aandacht voor communicatie.
Vanaf wanneer in voege?
De vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie gelden vanaf 1 september 2010
Uitvoerige versieOnder andere wetenschappelijk onderzoek heeft voldoende stof tot nadenken opgeleverd die bij de actualisering van de eindtermen leren leren gebruikt is. Daarnaast zijn de Europese sleutelcompetenties een referentiekader gebleken. Dit bron- en referentiemateriaal heeft tot een aantal vaststellingen geleid:
- Leren leren is onderwijskundig bijzonder relevant. Het is de kerntaak van het onderwijs;
- De eindtermen leren leren worden in het eigen vak toegepast meestal zonder overleg met collega’s die andere vakken geven;
- Eindtermen die sterk persoonsgebonden zijn, worden minder nagestreefd. Nochtans zijn de eindtermen leren leren typisch gericht zijn op de persoonlijke groei en de verrijking van de leerlingen. De klemtoon ligt minder op de maatschappelijke integratie en de economische realiteit;
- De leerlijn tussen de leergebiedoverschrijdende eindtermen leren leren uit het basisonderwijs en vakoverschrijdende uit het secundair onderwijs is onvoldoende coherent.
Deze en andere vaststellingen zijn voldoende reden om de onderverdeling van de eindtermen leren leren per graad te bewaren. Maar er zijn ook andere argumenten die het effect van graadgebondenheid verantwoorden:
- Leren leren kleurt bij een twaalfjarige anders in dan bij een achttienjarige. Elke graad heeft immers een leerlingenpopulatie met leerkenmerken die sterk leeftijd- of ontwikkelingsgebonden zijn. De graadgebonden eindtermen respecteren die grenzen Hetzelfde kan gezegd worden van elke schoolcontext; ook hier is er sterke verscheidenheid.In beide gevallen wordt er een beroep gedaan op de deskundigheid van leraren.
- De koppeling van de eindtermen aan de graden is een veilige marge voor leerlingen die van school veranderen maar ook voor beginnende leraren.
- Leren leren is complex en omvat verschillende dimensies: opvattingen over leren, informatieverwerving en –verwerking, probleemoplossing, cognitieve en affectieve regulering van het leerproces, studie- en beroepsgerichte keuzebekwaamheid. Deze eindtermen zijn voor leraren nuttig. Ze lenen er zich toe om leerlingen - met een eigen leerstijl en leerstrategieën - te observeren en te oriënteren. Om dit laatste te bereiken, is het nodig om de eindtermen leren leren in elk vak na te streven. Maar dat impliceert tegelijk dat er daarnaast in de school een cultuur heerst van over het muurtje van het vak te kijken.
Scholen werken al vele jaren aan vakoverschrijdende eindtermen en er gebeurt heel wat. Het spreekt vanzelf dat het werken aan de vakoverschrijdende eindtermen van de tweede generatie daarmee rekening houdt. Op die wijze sluit men nauw aan bij het reële schoolleven, wat de herkenbaarheid en dus het draagvlak verhoogt. Alle scholen verschillen immers.
Het volgende deel van de tekst gaat daarvan uit en bouwt erop verder.